ter plekke / on site

Park No. 1, on tour, 2007

I was once trained as an environmental expert (1987-1991) who, maybe in order to escape the then known ecological facts, specialized in making music, art & theatre, often on site. Being more specific about the latter my work often contain journeys, temporary changes of ownership and function of locations and social engagement. Importantly to add is that I currently describe this as ‘working in relation’ instead of ‘working on location’.  As it is also being ‘with the world’ (Harraway, Staying with the trouble, 2016) and not ‘in the world’ we are living.

Wat is een plek, een ‘site’. In ieder geval kan het een plaats zijn met veel contrasten; een goede en tegelijk een slechte plek en dat kan ook een theater zijn.

A site can be a place with many contrasts; a good and a bad place and that might just be a theatre itself.

Ter plekke werken is een zeer herkenbaar element in mijn werk en het gaat niet om de aantrekkingskracht van een plek maar het heeft wel een zekere mate van veiligheid nodig om er te kunnen werken. Met de kwaliteiten die de plek met zich meebrengt tijdens het maken van een voorstelling. Die veiligheid heeft betrekking op de vrijheid van meningsuiting zonder te worden onthouden of overruled door marketingprocedures, omdat er bij mij al grote bezorgdheid bestaat over kwetsbaarheid, ongelijkheid en eigenaarschap.

TAIR locaties in de afgelopen jaren / TAIR sites as visited in the recent years:

Site-specificity as a core element in my work but a site does not have to hold the an element of attraction but needs a certain degree of safety to be able to work with the quality that the site brings while making theatre. Safety, amongst other things, concerns the liberty of speech by an artist without being withheld or overruled by marketing procedures, as there are strong concerns with precarity, inequality and ownership on site.

Als ik over een plek spreek dan spreek ik over de contrasterende kwaliteiten van de plek, een plek waarin ik een opera zou willen presenteren, me ervan bewust dat het een verzameling wordt van mensen, objecten en evenementen. Dit betekent ook dat ik met verschillende disciplines werk en door gebruik te maken van ‘mapping’ en ‘assembling’ laat zien dat de plek deel uitmaakt van een historisch proces en deel uitmaakt van het sociale weefsel van de site. Het is als bij gebroken aardewerk in een archeologische opgraving: het is het gebroken zijn dat vertelt over een van de vele verhalen van het aardewerk, maar we weten niet waarom en wanneer het brak.

I have found myself arguing in favour of the contrasting qualities of the theatre space as a site, a site in which I would like to present a site-specific opera inspired performance, being aware that it could be an assemblage made of people, objects and events opera. But when working on it I figured out how to get a firmer grasp of the subject of site-specificity, by using transdisciplinarity, by making use of mapping and assembling through which we can understand the site being part of a historical process and being part of the social
fabric of the site. As with broken pottery in an archaeological excavation: it is the being-broken that tells of one of the many stories of the pottery but we don’t know why and when it broke.

 PAIR plekken in de afgelopen jaren / PAIR sites as visited in the recent years with my portable residencies:

 

 

 

 

 

Als ik terugkijk naar 1989 toen ik de voorstelling Gododdin zag, een locatiespecifieke performance en samenwerking tussen Mike Pearson en het muzikale collectief Test Department, herinner ik me dat het een tijd was dat krakers, met een gebrek aan huisvesting, voortdurend op zoek waren naar nieuwe plaatsen, terreinen, en lege kavels. Het was sociaal geaccepteerd om elke hiërarchie te verwerpen, en vooral het site-specifieke theater produceerde heterotopische toneelstukken in die geest. Tegenwoordig is het de neoliberale markt waarin kunstenaars hun rol spelen als tijdelijke huishouders van lege gebouwen, voor investeerders en projectontwikkelaars, met een publiek dat ouder is geworden en veel spektakel en nostalgie verwacht. We bevinden ons in een ander tijdperk en is interessant om na te denken over waarom het theater daar moet blijven of er op uit moet gaan om andere disciplines te ontmoeten op andere plekken.

When looking back to 1989 when I saw Gododdin, a site-specific performance and collaboration between Mike Pearson and musical collective Test Department, I remember it was a time when squatters, with a lack of housing, were continuously looking for new places, terrains, and vacant lots. It was socially accepted to reject any hierarchy, and especially site-specific theatre was producing heterotopian plays in that spirit. As nowadays the neo-liberal market rules and artists often play their role as the temporary housekeepers of empty buildings, for investors and project developers, with an audience that has aged, and is demanding and expecting certain plays confirming their own nostalgias, we find ourselves in a different era and it might again be interesting to think about why theatre should stay there were it is or go outside of it and meet other disciplines at other ‘sites’?